Repertoire

Vanaf de oprichting heeft de KOV voor de grote oratoria van de 19de en 20ste eeuw als kern van zijn repertoire gekozen. Het koor en heeft die inmiddels vrijwel allemaal uitgevoerd. Daarnaast voert het koor grote Latijnse concertmissen en andere geestelijke werken uit. Het Requiem van Verdi werd door de jaren heen min of meer een standaardwerk. De oprichter van de KOV, Bernard Sleumer, plaatste het in 1948 voor het eerst op het programma.

Naast de Verdi-traditie ontwikkelt zich in de loop der jaren een zekere voorliefde voor Mendelssohn, met onder andere uitvoeringen van zijn twee grote oratoria: de Paulus en Elias. De romantiek blijft als muzikale bron gekoesterd: werken van Beethoven, Schubert en Brahms, maar ook componisten uit de latere romantiek zoals Berlioz, Saint-Saëns, Liszt, Poulenc, Fauré en Reger staan op het programma. De muzikale traditie met betrekking tot kerkmuziek is in het KOV-repertoire nog steeds herkenbaar onder andere door de uitvoering van werken van Nederlandse kerkmuziek van componisten als Andriessen, Strategier, Monnikendam en Geelen.

De KOV laat zich echter niet alleen door traditie leiden. Het koor zoekt inspiratie en vernieuwing in een gedurfd geestelijk en wereldlijk repertoire. Zo gaan traditie en vernieuwing op een bijzondere wijze samen. Onder Chris Fictoor wordt het programma van de (laat)romantiek geleidelijk uitgebreid naar de 20ste eeuw met muziek van onder meer Elgar, Bloch, Kodály, Lauridsen en Duruflé. Ook wordt vaker gekozen voor een wereldlijk werk met bijvoorbeeld Die Ruïnen von Athen van Beethoven en The Music Makers van Elgar. Bij het 65 jarig bestaan van de KOV wordt een compositieopdracht uitgevoerd van de wereldlijke cantate `Roep van stad en land` van Chris Fictoor.

Met de komst van Bram van der Beek als dirigent komt er een nieuw element in de programmering. De KOV zoekt naast werken van de bekende componisten werken van andere, voor het koor minder bekende componisten, zoals Vasks, Vaughan Williams, Pärt, Gounod, en verdiept zich in de Engelse hymnes van o.a. Carter, Whitbourn, Byrd en Parry. Deze werken worden uitgevoerd met wisselende begeleidingsensembles, wat weer een nieuw aspect aan de uitvoeringen geeft.

Leendert Runia laat zich in zijn keuzes leiden door de traditie van het koor maar heeft daaraan ook werken van onder meer Mozart, Dvorak en Rossini aan toegevoegd.